Het voorbije jaar daverde de onderwijssector op zijn grondvesten. Het coronavirus zorgde namelijk ook in de klaslokalen voor de nodige schade. Vlaamse leerkrachten moesten razendsnel schakelen naar een nieuwe en contactloze onderwijsvorm, en dat verliep niet altijd zonder slag of stoot.

Op 18 maart 2020 ruilden leerkrachten op nauwelijks enkele dagen tijd de schoolbanken in voor computerschermen. Dat kostte soms letterlijk bloed, zweet en tranen, maar via allerlei digitale tools hebben ze hun leerlingen alsnog voorzien van de nodige leerstof. Dat resulteerde in een extreem lange voorbereidingstijd met eindeloze inspanningen en een fikse vermoeidheid.

Hierdoor verdween ook grotendeels de affectieve band met hun leerlingen. Terwijl docenten aan de universiteiten en hogescholen zich nog steeds achter hun laptop verschuilen, bakenen leerkrachten uit het lager en secundair hun eiland vooraan in de klas af zodat ze niet te dicht met hun leerlingen in contact komen.

Toch wordt het vak door de bevolking meermaals op de korrel genomen, want wie kan het gemakkelijkste beroep ter wereld nu niet? De kritiek op sociale media is snoeihard, dat samen met politieke chaos omtrent het onderwijs blijkt een dodelijke combinatie. De frustraties lopen dus stillaan op.

De onderwijssector komt nochtans veelvuldig aan bod in de media, maar daar is geen plaats voor leerkrachten. Zij voelen zich wel eens in de steek gelaten, maar blijven met de nodige dosis goesting voor de klas staan. Zes verschillende onderwijzers krijgen nu een luide stem en vertellen hun persoonlijk verhaal over het bizarre jaar.

Kleuterleerkrachten overleven in vuurlinie: “Lichamelijk volledig perte totale” tot “Het snot vliegt me om de oren”

Mieke Metzger (45), kleuterjuf, laat de allerkleinsten, amper tweeënhalf jaar, in het knuffelklasje voor het eerst kennismaken met de kleuterschool. Dat leidt tijdens een heersende pandemie tot een onwennig gevoel. Het nauw contact met kleuters is haast onvermijdelijk. De juf blijft dolenthousiast, maar zit op dit ogenblik duidelijk op haar tandvlees.

Het voorbije jaar was lichamelijk loodzwaar. Ik ben sneller vermoeid omdat we steeds moeten doorknallen om alles voor het laatste belsignaal bol te werken. Als ik s ’avonds in de zetel plof, hoeft er tegen mij zelfs niet meer gesproken te worden. Volledig perte totale.

Momenteel gelden er op school andere openingsuren om het volk te spreiden. Ouders hebben dus extra tijd om hun kind af te zetten, maar mogen niet binnen. Daardoor moeten de leerkrachten veel meer zelf doen, zoals het in-en uitladen van boekentassen en het uitdoen van jassen. Dat loopt stilletjes aan de spuigaten uit. Mijn lessen verliezen kostbare tijd, soms tot een halfuur. Ik kan me dus minder focussen op mijn leerlingen omdat ik letterlijk tegen de klok race vooraleer de ouders hun kind aan de schoolpoort staan op te wachten.

Leven in een eigen cocon

Ondanks het besmettingsgevaar behoud ik nog steeds dezelfde affectieve band met mijn leerlingen. Ik heb gewoonweg nood aan knuffels. Dat dit bij volwassenen volledig is weggevallen, blijft iets waar ik hevig mee worstel. Ik heb nog steeds mijn gezin, maar niet mijn vrienden.

Ik ben dus opgelucht dat ik dat nog altijd bij mijn kleintjes ervaar. Het snot vliegt me in de klas om de oren en ik moet ze helpen naar het toilet te gaan. Dan kan ik iemand toch ook eens stevig vastpakken? Al maak ik me wel zorgen over mijn gezondheid.

Kleuters met symptomen worden, ondanks een positief gezinslid, niet getest op het virus omdat ze zogezegd een laag-risico contact zijn. Dat geeft me allesbehalve een veilig gevoel. Ze zitten niet alleen in een klas en ik heb ook nog een familie. Die angst neem ik mee naar huis. Soms zonder ik me wekenlang af in mijn eigen cocon. Het contact met pakweg de grootouders is momenteel miniem en dat vreet aan een mens.

Minister Weyts op stemmenjacht

Daarom ben ik geen fan van minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA). Hij heeft geen voeling met het onderwijspersoneel en ziet de crisis als een ideale kans om stemmen te ronselen bij mensen waarvan de kinderen thuiszitten. Dan word je als leerkracht niet serieus genomen. Dat is ridicuul.

Ons lerarenteam heeft dan ook eens goed gelachen toen, in tegenstelling tot de rest, de kleuterscholen normaal moesten openblijven tijdens de paaspauze. Zelfs de minister bekijkt je als opvang voor de kinderen. Het is dus duidelijk dat de bevolking het beroep van kleuterjuf blijft onderschatten. Dat zet kwaad bloed, maar ik laat het passeren. Het is niet alleen maar met peuters spelen, zoals ik vaak op sociale media lees.”

Gevoelige littekens na corona-uitbraak in basisschool: “Sommige leraren komen de klas niet meer uit”

Emmanuelle Herbosch (45), zorgleerkracht in het kleuter- en lager onderwijs, beleefde samen met haar collega’s een woelige periode nadat de basisschool in Brasschaat het slachtoffer werd van een corona-uitbraak. Het drama zit nog vers in het geheugen, dus blijft iedereen extreem voorzichtig. Terwijl een deel van het lerarenkorps buiten geniet van een kop koffie, kiezen anderen voor afzondering.

“Enkele dagen voor de paaspauze raakte een collega besmet met het virus. Een hectisch moment, want niemand van het personeel wist exact wat er moest gebeuren. We hebben het CLB gecontacteerd en die zijn de kindjes van het derde leerjaar beginnen testen. De helft bleek besmet.

De bal ging pas nadien aan het rollen. We zijn een lokaal schooltje, waar leerlingen vaak ook een broertje of zusje hebben rondlopen. In verschillende klassen begonnen ze één voor één uit te vallen. De eindrekening was niet mis: 20 kinderen en 6 leerkrachten out. Het was angstaanjagend.

Geveld door … een kinderziekte

Ook ik moest me in isolatie afzonderen. Door de angst en paniek van een intense periode kroop het virus plots tussen de oren. Ik voelde me grieperig en begon te hoesten. Uiteindelijk kampte ik met RSV omdat een kleutertje daar mee rondliep. Een kinderziekte en totaal niet vergelijkbaar met COVID, maar het ventje belandde wel in het ziekenhuis. De spanningen eisten ook bij mezelf een hoge tol. Dagenlang heb ik gevochten tegen het onbekende broertje van het coronavirus, die periode was puur afzien.

Er heerst nog steeds een bepaalde schrik op school. Sommige leerkrachten komen hun klas niet meer uit en eten alleen. Ik mis echt een belangrijke sociale band op het werk. Dat samen in combinatie met een hoge werkdruk in het onderwijs wekt vermoeidheid. Gezondheidscrisis of niet, ouders verwachten dat hun kind klaar is voor het volgende jaar. Ik zie in onze school achterstanden die volgens mij niet meer bij te werken zijn. Dat kan ik als leerkracht niet loslaten, ‘s nachts lig ik nog te woelen over bepaalde leerlingen.

Fiat van nonnen

Als zorgcoördinator ben ik niet alleen verantwoordelijk voor de opvolging van leerlingen, maar ook voor de uitwerking van de schoolorganisatie. Dat is in deze omstandigheden écht ondankbaar. Je werkt alles tot in de puntjes uit en een dag op voorhand mag je weer herbeginnen. Dat zorgt vanbinnen voor razernij. Het was voor mij soms heel onduidelijk om de regels nog te kunnen volgen.

De scholengemeenschap Vorselaar, alias de nonnen, zorgde wel eens voor heibel. Na beslissingen van het Overlegcomité moesten we eerst wachten op hun goedkeuring. Chaos alom, vooral omdat zij net een tikkeltje strenger zijn. Je ziet op tv dat je opnieuw wat dingen mag loslaten, maar dan stellen zij hun veto …  Zucht.”

Digitalisering draait op volle toeren maar: “Het onderwijs heeft stappen van tien jaar gezet”

Nick Wijnants (40), leerkracht lager onderwijs, staat in zijn omgeving gekend als de ‘technologische meester’ met een eigen Smartboard. De digitalisering die de scholen verplicht moesten doorvoeren, zijn vaardigheden waar hij al jarenlang voorstander van is. Daarom kwam hij tijdens de lockdown vrijwel meteen met een eigen initiatief om zijn leerlingen uit het zesde leerjaar een vaste structuur aan te bieden.

“Ik ben best handig met computers. Tijdens de lockdown zaten mijn leerlingen met vragen omtrent de gebeurtenissen. Er moest dringend gezocht worden naar een manier om te communiceren, dus ontwikkelde ik een website waar kinderen tijdens de uren oefeningen moesten maken, met tussendoor allerlei spelletjes en een wall waar iedereen eigen foto’s mocht uploaden. Mijn ICT-vaardigheden zijn mijn geluk geweest.

Maar onderschat het online lesgeven niet, daar kruipt genoeg extra tijd en energie in. Het technische gedeelte was voor mij een minuscuul karweitje, maar er is ook nog het plannen van online leerstof. Dat is van nul herbeginnen en vraagt een totaal andere manier van denken. Daar heb ik echt mijn weg in moeten zoeken.

Er is plots geen grens meer tussen werk en privé. De laptop staat telkens in de buurt en plots … *Ping*, je bent altijd bereikbaar. We moeten er als maatschappij voor zorgen dat er opnieuw een duidelijke grens wordt getrokken.

Journalistiek en negativiteit als dodelijk duo

We onthouden graag de negatieve dingen maar het onderwijs heeft plots, weliswaar verplicht, stappen van tien jaar gezet. Er zijn een aantal mensen met het online gedeelte serieus op hun bakkes gegaan, maar we hebben het toch klaargespeeld. Het is eigen aan een leerkracht om met veranderingen om te gaan, in het onderwijs beschik je namelijk over een olifantenvel. Dat geldt ook voor de kritiek op leerkrachten van buitenaf, maar het doet me niets meer. Ik speel zelfs de ambetanterik en zeg: ‘Eigenlijk zijn het geen twee, maar drie maanden zomervakantie.’

Wat ik vreselijk vond was om alle negatieve berichtingeving om te zetten naar een positief verhaal voor mijn klas, want er was letterlijk geen houvast. Mentaal was het zeer zwaar dat bepaalde vooruitzichten in extremis nog werden ontnomen.

Het is dan trekken en sleuren om alle leerlingen te blijven motiveren, maar je doet dat uit liefde voor de klas. Tuurlijk denk je soms: ‘Wat hebben ze nu weer verzonnen?’. Ik heb fantastische leerlingen en we amuseren ons te pletter. Ondanks alle beperkingen krijg ik niet het gevoel dat het contact anders is tegenover oud-studenten.

Mondmaskers: de hel

Inmiddels is iedereen op school de maatregelen kotsbeu, ook de kinderen. Het is zelfs vermoeiend om ze daar altijd op te wijzen. Vooral mondmaskers zijn een hel. Het is dan onmogelijk om een hele dag te praten. Je hapt naar adem en moet er voortdurend aan denken. Het komt vaak voor dat als er een leerling pardoes voor mijn bureau staat dat ik het nog ergens moet zoeken. Momenteel heb ik een paar banken vooraan in de klas gezet zodat ik met een veilige afstand en zonder masker mijn ding kan doen.”

Breekpunt bij lerarenkorps nog niet in zicht: “Elk circus heeft een clown nodig die niet toont dat er iets scheelt”

Het virus heeft niet alleen een negatieve impact. Joris Luyckx (38), leerkracht geschiedenis, aardrijkskunde en esthetica in het secundair, zag door deze nieuwe digitale onderwijsvorm een zware last wegvallen: tijdsdruk. Tegenwoordig start of eindigt de dag met één simpele druk op de computer.

“Van thuis uit werken vraagt een bepaalde inspanning, maar je bent nadien wel meteen bij je gezin. Tijdens de lockdown werden mijn vakken niet opgenomen in het lessenrooster. Dat creëerde een vakantiegevoel omdat ik amper drie uur in de week moest lesgeven. De situatie had me dus rust bezorgd. Ik kon me ongestoord bezighouden met mijn studie geschiedenis aan Universiteit Antwerpen .

Dan begin je in september natuurlijk fanatiek aan het nieuwe schooljaar, maar ik voelde de vermoeidheid al snel toenemen. In mijn omgeving zag ik een aantal collega’s op hun limieten botsen en stoppen met school. Daarom ben ik geschakeld naar een systeem waar ik mijn computer op bepaalde uren bewust links liet liggen.

Sfeervolle klasuitjes

Ik denk vooral dat de impact van de geannuleerde klasuitstappen door de meesten flink wordt onderschat, daar maak je een connectie. Een school is een instituut dat bepaalde verwachtingen van zowel leerlingen als leerkrachten schept. In de klas proberen we deze grenzen te bewaken, maar op verplaatsing vervaagt deze houding en gaan jongeren me meer als mens zien. Ik vind dat contact immens belangrijk en verschil op dat vlak met veel collega’s. Mondmasker of niet, er zijn manieren om bij ze door te dringen.

Het is uitputtend om continu in de media te moeten vernemen dat bepaalde mensen beslissen hoe wij moeten lesgeven. Er wordt veel gesproken over de onderwijssector, maar nooit met het personeel. Doordat ik in verschillende graden lesgeef, moest ik snel schakelen tussen live en online les: Die uren aanwezig op school, daarna weer niet, … die intensiviteit was er wel. Ik heb gemerkt dat ik niet zo goed met veranderingen om kan. Dat is persoonlijk, maar heeft er toch stevig ingehakt. 

Gezocht: de gemotiveerden?

Tijdens de crisis heb ik me wel gestoord aan de perceptie van de media. Als ze dan al eens onderwijzers aan bod lieten komen, was het vaak een groep die voor een bepaalde commotie zorgde, bijvoorbeeld de kleuterleerkrachten die staken omdat ze een te groot risico vormen. Degene die, ondanks alle beperkingen, positief willen voortgaan met hun job krijgen geen aandacht en dat raakt me. Dan is het ook logisch dat een maatschappij niet meer nadenkt over de ervaringen die een leerkracht kan hebben.

Voor de klas staan blijft immers een grote show die je opvoert. Elk circus heeft een clown nodig die niet toont dat er iets scheelt. Dat moet je als leraar ook doen, het gevoel volgt automatisch vanzelf. Ik kan het toch niet maken om een klas binnen te stappen en tonen dat ik er geen zin in heb?”

Maatschappij kegelt kinderen met een moeilijke achtergrond in de vergeetput: “Moet ik ze thuis een muur laten metsen?”

Peggy Voets (46), leerkracht algemene sociale vorming en zedenleer, kreeg de zware taak voorgeschoteld om haar leerlingen uit het buitengewoon onderwijs door de crisis te gidsen. Het (gedeeltelijk) afstandsleren ging niet zonder slag of stoot, wegens een moeilijke thuissituatie beschikt niet iedereen over een computer. Haar laptop daarentegen stond een jaar onafgebroken op de salontafel, wachtend op een hulpkreet.   

“Onze school probeert jongens met autisme, gedrag en emotionele stoornissen klaar te stomen voor het arbeidsmilieu. Daarbij proberen we zo praktisch mogelijk te werken zodat ze op hun 18 ineens aan de slag kunnen. Ik vond het gewoonweg een blunder van de regering om ASO, TSO, BSO en BUSO op dezelfde manier te behandelen. Ik kan tijdens een online meeting toch moeilijk zeggen: ‘Mets thuis eens een muur.’

Zij denken dat iedereen dezelfde sociale en materiële kansen krijgt. Voor mijn jongens was het niet eens vanzelfsprekend om een functionerende laptop te bemachtigen. Om te voorkomen dat iemand onder de radar verdween heb ik op alle mogelijke manieren wekelijkse contacten voorzien, zelfs via Whatsapp en Messenger.

Wat is belangrijk voor de toekomst?

Ik heb me dan ook als leerkracht een stuk moeten heruitvinden. Vooral de afweging maken tussen wat ik op school kon geven en wat zelfstandig thuis gemaakt moest worden viel me soms zwaar. Sommigen hebben thuis geen rekenmachine, voor velen nochtans een evidentie. Thuiswerken in het zonnetje is leuk voor een week, maar nadien moest ik in de klas vaak de meubelen redden. Dat is zuchten geblazen.

De voorbije maanden maakte het eindeloze papierwerk me ziedend. Ondanks een gebrek aan fysiek contact moest ik over elk nutteloos detail een evaluatie schrijven: wat kunnen ze wel of niet en mogelijke oplossingen. Tijdens het noteren werd ik gewoonweg kortaf. Mijn leerlingen hadden me nodig maar ik verloor kostbare tijd door deze onbenulligheden.

Oude liefde roest niet

Ook de mondmaskers blijven een hekelpunt op school. De mimiek verdwijnt tijdens het lesgeven, en dan wordt het moeilijk voor die mannen. Die hebben expressie nodig om een gevoel te lezen. Ook andersom, momenteel zie ik alleen de ogen en weet ik niet hoe zij zich voelen. Als we op klasuitstap gaan, vertrouwen ze mij en komen ze spontaan hun levensverhaal vertellen. Daardoor kan ik linken waarom iemand zich een bepaalde periode slecht voelde, te laat kwam of zich niet verzorgde. Nu zijn deze veronderstellingen eerder troebel.

De coronacrisis was een hevige uitdaging, maar heeft me doen beseffen hoe graag ik eigenlijk voor de klas sta. De twijfels op voorhand waren onnodig want mijn gasten hebben het uitstekend gedaan. Ze zochten regelmatig zelf contact, ook om over andere zaken zoals de toekomst te praten.”

Omscholing van docent tot ICT’er: “Ook van digitaal lesgeven kan ik blij worden”

De universiteiten en hogescholen voelen zich meermaals een vergeten onderwijsgroep. Terwijl het in het lager- en secundair versoepelingen regent, mogen studenten de campus na een anderhalf jaar nog nauwelijks betreden. Ook Cathy Crabbe (50), docent lerarenopleiding aan Karel de Grote Hogeschool, zit al sinds de herfstvakantie thuis, maar ontpopte zich inmiddels tot een computergenie.

“Mijn digitale skills zijn fors toegenomen. Ik ben er niet vies van om onbekende dingen uit te pluizen en ze daarna zelf eens te proberen. Ik typ gewoon op YouTube in: “Hoe maak ik …”, en dan verschijnen er eenvoudige voorbeelden. Tools die ik heb ontdekt: Canva voor flyers, Actionbound voor wandelroutes en Kahoot, maar dat laatste zijn de studenten kotsbeu.

De voorbereidingstijd van mijn lessen is wel immens toegenomen. Ik zou bij wijze van spreken ter plekke een les uit mijn mouw kunnen schudden. Dan gebruik je een PowerPoint ter ondersteuning, maar nu spreek ik die ook in en maak ik zelf nog een extra filmpje.

Forse investeringen en lege borden

Soms zet ik me om 8 uur achter mijn computer en komen mijn kinderen s ‘avonds vragen wanneer we eten. Dat is eigenlijk niet oké. Ondertussen heb ik thuis ook een tweede scherm geïnstalleerd en een nieuwe bureaustoel gekocht omdat mijn rug het op de vorige bijna begaf. Stevige kosten en tevens ook uit de eigen zak, maar broodnodig.

Het blijft een stevige uitdaging, maar ook van het digitaal lesgeven kan ik blij worden. Dat is voor elke docent natuurlijk anders, maar in de toekomst ga ik bepaalde elementen zeker behouden. Met een simpele video kan ik leerstof weglaten en vervangen door iets anders.

Zwarte beeldschermen wekt medelijden

Toch vond ik het een pittig jaar waar vooral de minder leuke dingen zoals administratie en vergaderen overbleven. Het is een lastige opgave om studenten tijdens de lessen betrokken te houden. Zij zetten liever hun camera uit, al zijn er ondertussen een aantal die plichtbewust-of uit medelijden-hun gezicht laten zien. 

Ik ben vooral bezorgd over die 80 anderen die ik niet te zien krijg. Gaat het goed met hen? Het is frustrerend dat ik niet kan aftoetsten of ze de leerstof begrijpen. Het zou vreselijk zijn dat er binnenkort een aantal met de richting stoppen zonder dat ik dat geweten heb.”