We klapten tijdens de eerste lockdown onze handen stuk voor de zorg. Met duizenden stonden we op ons balkon om verpleegkundigen een hart onder de riem te steken. Maar tijdens de tweede golf kwam alle druk op de schouders van onze huisdokters terecht. Terwijl zij hun werk flink zagen opstapelen, vergaten de mensen om ook hen een duwtje in de rug te geven.

Rietje Nelis (44) is al achttien jaar huisdokter en getuigt over haar zware periode. Ze zag haar beroep volledig veranderen. Ze ziet haar kinderen steeds minder en hekelt de manier waarop mensen zich hebben gedragen. “In ons land kennen we geen solidariteit,” vertelt de arts. Ze had nooit verwacht dat het virus tot in ons land zou komen.

“We hebben dat in het verleden met de Mexicaanse griep en het SARS-virus al verschillende keren meegemaakt, maar dat het tot een epidemie zou leiden? Nooit. Vroeger hadden we de ziektes onder controle, maar deze keer heeft iedereen de impact van het virus onderschat. Hier hebben we niet de mentaliteit om iets krachtig de kop in te drukken. Belgen zijn altijd op jacht naar een achterpoortje.

Ik was op vakantie in Oostenrijk toen het virus Europa binnendrong. Onafgebroken heb ik de website van Sciensano in de gaten gehouden. Je voelt dan meteen de grond onder je voeten wegzakken.”

De regering heeft in die periode iedereen op skivakantie laten vertrekken. Had de impact ook zo groot geweest als de reizigers waren thuisgebleven?

“Waarom is het virus in september weer losgebarsten? Omdat we tijdens de zomer bijna verplicht werden om onze toeristische sector te steunen. Mensen gaan overal op vakantie, dat zit al jarenlang gegraveerd in onze cultuur. Skivakantie of niet, de impact had hetzelfde geweest.

Maar in die periode heb ik mensen doodziek uit vakantie zien terugkeren. Die eerste aanvaring met je nieuwe vijand doet toch vies. Plots word je geconfronteerd met de realiteit die zich eigenlijk alleen in China zou afspelen.”

Sloeg de paniek toe bij onze bevolking?

“Iedereen dacht plots de ziekte te hebben. Vooral op de hobby’s van mijn kinderen werd ik lastiggevallen met honderden vragen. Vanaf het begin heb ik duidelijk gezegd dat het virus te vergelijken valt met een griep. Maar als een dokter zegt griep, dan bedoelt hij influenza, daar sterven ook elk jaar massaal veel mensen aan. Het is door het minimaliseren van een griep dat de situatie zo lang blijft aanslepen. Dan stel ik me oprecht de vraag of deze mensen geen schrik hebben voor hun grootouders?

Wat als jij met lichte klachten gaat werken en een collega besmet waarvan de echtgenote net chemotherapie ondergaat? Dan teken je het doodsvonnis van een ander, maar dat verantwoordelijkheidsgevoel kennen we niet in ons land.”

“De opdringerigheid van de mensen werd onze secretaresse te veel, ze worstelt met een depressie”

Heeft uw beroep een volledige transformatie ondergaan?

“De telefoon staat roodgloeiend. Recentelijk kregen we een oproep van de spoedafdeling. Een man stond daar te mopperen omdat hij ons al een week niet kon bereiken. Ook die spoedarts heeft drie pogingen moeten ondernemen. We zijn geen telefooncentrale. Onze praktijk heeft één secretaresse en die kan maar één telefoon tegelijkertijd opnemen.

In het begin hadden we een beurtrol opgesteld om onze secretaresse zo goed mogelijk bij te staan. We hebben dat moeten stopzetten omdat het puur secretaressewerk is waar je als zelfstandige geen brood mee op de plank legt. Uiteindelijk werd de opdringerigheid haar te veel. Onze secretaresse worstelt nu al enkele weken met een depressie omdat ze het ongeduld van onze klanten niet meer aan kan.”

Hoe heeft u die opdringerigheid ervaren?

“Je probeert als dokter zoveel mogelijk mensen te helpen, maar die enkelingen die geen geduld tonen wurmen zich er telkens weer tussen. Dat vermoeilijkt het proces. Je verliest kostbare tijd die je eigenlijk in anderen wil investeren. Als ik beloof om later in de week terug te bellen, dan hoef je ons niet viermaal te contacteren. De frustraties lopen dan hoog op.”

Heeft u meer dan anders gebruik moeten maken van uw telefoon?

“Het is echt niet meer leuk. Je mist het sociale contact met de patiënten, maar je moet ze toch ook zien om een ziekte in te kunnen schatten? Ik heb meer nodig dan een woord van iemand. Het luisteren en zien is immens belangrijk in ons vak.”

Bent u dan niet bang om fouten te maken?

“Ik krijg mijn werk gewoon niet rond. Net zoals in elke job verhoogt de foutenlast bij vermoeidheid. Gelukkig blijft het beperkt tot administratieve zaken zoals het vergeten van attesten en e-forms waardoor iemand zich niet kan laten testen aan het centrum. Je begint dingen te missen.

Vorige maand hebben we opgemerkt dat een verslaafde alle dokters uit de praktijk had opgebeld en voorschriften voor een jaar aan slaappillen had verzameld. Dat is levensgevaarlijk. Het is wachten tot iemand zijn oog daar op valt.”

Heeft u nog voldoende vrije tijd?

“Als ik thuiskom moet ik nog een stuk of twintig patiënten opbellen, terwijl je eigenlijk op bent. Er zijn dagen dat je ’s nachts attesten aan het doormailen bent en dan is het nog niet afgewerkt. Voor iemand met een simpele snotneus moeten we tientallen formulieren invullen.

Sinds deze zomer moeten we ook zelf alle geteste patiënten opbellen. Bij een positief resultaat is dat vloeken want dan moet je quarantaine-attesten uitschrijven voor heel de familie. Daar ben je toch makkelijk een uur mee zoet, wetende dat elke dag zeven of acht positieve gevallen de praktijk binnenstormen. Elke dag loop je een stukje extra achter en blijft het werk zich opstapelen, op een dag barst die bom.”

Bent u bang voor een eventuele burn-out?

“Geloof me, daar ben ik dagelijks mee bezig. Ik heb veel patiënten die ik daarin begeleid dus ik herken de symptomen automatisch. Elke dag opnieuw zoek ik naar methodes om dat tegen te houden, maar dat is verdomd moeilijk. Momenteel blijft het bij af en toe eens een kleine break waarin ik vind dat de wereld mag ontploffen. Soms denk ik wel eens aan stoppen. De geneeskunde verliest haar charme en wordt gewoonweg te veeleisend.

Wat hebben jonge mensen van de geneeskunde gezien? Hebben stagiaires nog veel zin om aan hun avontuur te beginnen? Wij hebben iemand die in augustus is afgestudeerd. De jonge dokter heeft onze jobaanbieding afgewimpeld.”

Hoe reageert het thuisfront?

“Die lijden er gigantisch onder. Vooral mijn jongste dochter heeft het daar moeilijk mee. Ik was er altijd voor haar, maar plots moest ze leren haar plan te trekken. Jolien had een slechte periode op school en zat niet meer goed in haar vel. Dan sta je als moeder machteloos.”

“Als je voorraad maskers slinkt, dan doe je gewoon de deuren dicht”

Als men over de zorg spreekt, kijkt men vooral naar de verpleging. Is uw werk ondergewaardeerd?

“Tijdens de eerste golf heb ik niet echt het gevoel gehad dat het applaus voor ons was. Huisdokters stonden misschien niet in de vuurlinie, maar ook wij kwamen regelmatig in contact met besmette personen. In de zomer waren de rollen volledig omgekeerd.

Terwijl alle Covid-afdelingen in de ziekenhuizen werden gesloten, zagen huisdokters steeds meer besmette personen langskomen. Met de terugkerende vakantiegangers die de nodige papieren nodig hadden, zag ik mijn werk immens opstapelen. Tijdens de zomer hadden ze eigenlijk voor de huisdokters mogen applaudisseren.

Uiteraard zijn er wel eens klanten die je fier opbellen om te vertellen dat ze voor mij buiten zijn gaan applaudisseren. Onlangs sloeg het noodlot toe bij een gezin, elk lid testte positief. Ik heb ze wekenlang meer gehoord dan mijn eigen gezin. Achteraf zijn ze bloemen komen afgeven en die dankbaarheid houdt je recht.”

Heeft u zelf jullie voorraad mondmaskers zien slinken?

“We hadden er maar nipt genoeg. Via een connectie van één van mijn collega’s hebben we er op het laatste moment nog kunnen laten overvliegen. Anders doe je gewoon de deuren van de praktijk dicht.

In het ziekenhuis zaten ze echt met een tekort, die hebben doodangsten uitgestaan. Verplegers hun gezondheid stonden op het spel omdat enkele mensen dachten dat ze een masker nodig hadden om in het bos te gaan wandelen.”

Heeft u dan ook meer last gehad van agressieve patiënten?

“Opstandiger vooral. Mensen eisen dan bij ons hun voorschriften of afspraken zonder te begrijpen dat ze niet zomaar meer mogen binnenlopen. We hebben heel wat nijdige mensen moeten laten wegslepen door onze mannelijke collega’s. Dat is iets waar zowel ik als andere praktijken de laatste tijd meer last van ondervinden. Anderzijds zijn heel wat mensen dan weer bang om tot bij ons te komen. Ze hebben dan heel wat overredingskracht nodig om naar de praktijk te komen.”

Laten jullie dan nog patiënten naar de praktijk komen?

“Dat probeert elke dokter zo laagdrempelig mogelijk te doen, vooral kleine pijntjes. We bellen iedereen op en op basis van het gesprek oordelen we of het nodig is om op consultatie te komen. Sommigen durven echt niet. Ik heb iemand gehad die maandenlang heeft rondgelopen met een blauwe voet. Gebroken op twee plaatsen.

Vooral het gedoe rond de voorschriften ligt me dwars. Voordien zeiden we dat dat telefonisch niet verkrijgbaar was. Eerst was er dus een verplichte controle nodig. Dat principe hebben we overboord moeten gooien. Een groot deel van onze job is het doorsturen van voorschriften via mail. Dat voelt niet goed.”

Waarom heeft u het daar moeilijk mee?

“Stel dat ik iemand een medicijn voorschrijf, maar die heeft ondertussen een hartritmestoornis ontwikkelt. Dan ben ik in fout. Klinisch onderzoek is belangrijk, want op enkele maanden tijd kan je situatie compleet veranderen. Wij hebben een eindverantwoordelijkheid.”

“Zowel de gezondheid van de zieke als de dokter kan onze overheid geen bal schelen”

Legt de regering veel druk op jullie schouders?

“De regering in ons land neemt heel weinig verantwoordelijkheid. Ze stellen ons altijd de vraag hoe wij als dokters het probleem willen aanpakken. Artsen zijn meteen begonnen met het opstellen van triage- en testcentra. Allemaal vrijwillig, zonder vergoeding. Terwijl de overheden in onze buurlanden dat uit eigen initiatief deden.”

Jonge dokters gaan steeds meer in atteststaking en willen geen ziektebrieven meer uitschrijven. Bent u blij om te zien dat een nieuwe generatie eindelijk iets onderneemt tegen het eindeloze papierwerk in jullie vak?

“Dat zijn net afgestudeerde jongeren die nog vol enthousiasme zitten. Ik snap deze jonkies, maar je brengt je patiënten in gevaar. Als ik het ziektebriefje niet invul, dan staat die patiënt voor een verschrikkelijke keuze. Ga je dan ziek werken, of blijf je onwettig afwezig en vertroebel je de relatie met je werkgever?

Denk je dat de overheid daar wakker van ligt? Zowel de gezondheid van de zieke als de dokter kan onze overheid geen bal schelen. Je brengt niet alleen je patiënten in gevaar, maar ook de samenleving.”

U schrijft dus nog steeds de nodige ziekte-attesten voor?

“Soms tot frustraties van de werkgever. We merken dat werknemers, ondanks symptomen, toch gewoon naar het werk vertrekken. Zo houden ze de verspreiding van het virus draaiende. Toch kan je hen vaak niets kwalijk nemen, werkgevers eisen dat van hun personeel. Ik heb al telefoon gehad van iemand die vond dat ik zijn personeel te veel thuis schreef.

Een kwartier lang heb ik allerlei verwijten moeten slikken. Ik voelde de felheid in zijn stem toenemen. Dat is akelig hoor.”

Heeft de coronacrisis de pijnpunten van de administratie blootgelegd?

“Ik voer die strijd al achttien jaar. Is het echt nodig om al die papieren in te vullen als iemand zich ellendig voelt? Nederlanders kennen het principe van een doktersbriefje niet. Als onze noorderburen geen goesting hebben om te werken, dan nemen die gewoon een baaldag. De helft van de tijd zijn we bezig met het invullen van administratieve zaken, daar moet de overheid iets aan veranderen. Anders zullen heel wat artsen er binnenkort de brui aan geven.”