9 mythes ontkracht: waarom iedereen wél bloed kan geven

Op 14 juni is het opnieuw Wereld Bloeddonordag. Dan zetten we iedereen die vrijwillig en onbetaald bloed, plasma of bloedplaatjes doneert in de kijker. Een kleine moeite, maar wel van levensbelang. Er kunnen namelijk talloze mensenlevens door gered worden. 

Ook in Vlaanderen heeft het Rode Kruis verschillende donorcentrums geïnstalleerd waar plichtbewuste burgers hun steentje kunnen bijdragen. De stad Antwerpen wijkt uit naar Edegem, al opent ook Universiteit Antwerpen, in de Prinsstraat, jaarlijks op 10 november haar deuren. 

Het is van cruciaal belang dat ziekenhuizen over voldoende voorraad beschikken. Tijdens de coronacrisis werd het door een beperkte opkomst nog even spannend, dus bij deze een warme oproep om toch eens binnen te springen bij het dichtstbijzijnde donorcentrum. Wij onderzochten de meest gebruikte smoesjes van mensen die daar toch aan proberen te ontsnappen. 

  1. Zo belangrijk kan een donatie toch niet zijn … 

Absoluut wel. Wist je dat je met één zak bloed maar liefst drie mensenlevens kunt redden? Elke dag opnieuw hebben honderden mensen er nood aan. Niet alleen na een operatie, maar ook mensen die door een bevalling of een ongeluk veel bloed zijn verloren. 

  1. Ik? Iemand anders zal het wel in mijn plaats doen 

Volgens cijfermateriaal van het Rode Kruis doneert nauwelijks 3% van de Vlamingen bloed, een miniem cijfer dus tegenover de 70% van onze bevolking die ooit nood heeft aan een extra dosis. 

  1. Auwch … dat doet pijn!

In tegenstelling tot wat heel wat mensen denken verloopt de afname pijnloos. De naald prikt even kort door je arm. De ader zorgt wel eens voor problemen, maar ook dat levert enkel een blauwe plek of een stijve arm op. 

  1. Zot! Ik heb mijn bloed zelf nodig 

Uiteraard, maar een gezond menselijk lichaam bevat tussen de vier en zes liter bloed. Afhankelijk van het lichaamsgewicht doneert een persoon tussen de 450 en 470 milliliter. Er blijft dus nog voldoende over voor eigen gebruik. 

  1. Euhm, waar dan? 

Vlaanderen telt maar liefst 13 donorcentra waar iedereen tijdens de weekdagen welkom is. Daarnaast zijn er ook talloze lokale initiatieven. Bekijk zeker de website van het Rode Kruis, een heldenrol ligt misschien wel dichterbij dan je denkt. 

  1. Mijn agenda zit bomvol, ik vind amper een gaatje

De afname van het bloed duurt nauwelijks 12 minuten! Reken in totaal toch op een uitstap van een klein uurtje. Bij aankomst vul je eerst nog een medische vragenlijst in en ook na de donatie blijf je best nog een kwartiertje zitten om te bekomen. Dat kan met een gratis frisdrank en versnapering. 

  1. Homoseksuele mannen mogen geen bloed geven

Niet helemaal waar, al zijn er inderdaad enkele strenge voorwaarden aan verbonden. Zo mogen mannen die op hetzelfde geslacht vallen pas doneren als ze een jaar lang geen seks hebben gehad. Deze voorzorgsmaatregel kwam er omdat de kans op een niet-ontdekte hiv-besmetting bij homoseksuele relaties hoger zou liggen. Vanaf 1 september mogen in Nederland Homoseksuele mannen met een vaste partner wel bloed geven. 

  1. En … krijg ik daar een centje voor? 

Neen en de reden is simpel: eerlijkheid. Voor geld danst de beer, dus zouden mensen op hun medisch invulformulier weleens durven liegen. Ter compensatie krijg je spaarpunten die iedereen kan inruilen voor een uitstap naar de Zoo of Walibi. Of misschien belangrijker … dankbaarheid. 

  1. En ben ik daar ook veilig voor het ellendige coronavirus? 

Het Rode Kruis blijft iedereen aansporen om ook tijdens de coronacrisis bloed te blijven doneren: “We hebben het nodig!”, klinkt het op de website. Ze nemen in alle centra de regels in acht en nemen zelfs een aantal extra voorzorgsmaatregelen, zoals het verplicht wassen van de handen en het ontsmetten van klein materiaal. 

Man ter plaatse in het donorcentrum: “Bloed geven stelt écht niets voor”

Met Wereld Bloeddonordag in zicht controleerden we ook eens wie de waaghalzen op de redactie zijn. Yorben Geerinckx (20), hoofdredacteur van Den Triangel, is daar één van. Hij schonk tijdens de winterperiode voor een allereerste keer bloed aan het Rode Kruis en heeft de smaak nu te pakken. 

De student Journalistiek volgde in december het voorbeeld van zijn vader, die al 25 jaar bloed doneert, en trok naar het donatiecentrum in Geel: “De zenuwen stonden toen gespannen. Ik hoopte vooral dat ik door de grote getrokken hoeveelheid bloed niet ging flauwvallen”, blikt hij grappend terug. “Daarna volgde ook een tweede keer. Het is fijn om te weten dat ik met een kleine moeite mensenlevens kan redden.”

De twijfelende angsthazen onder ons hebben dus niets te vrezen: “Het stelt écht niets voor. Een klein prikje en nadien tokkel ik wat op de gsm. Er hangen zelfs tv’s, als je tegen 19 uur binnenspringt kan je Het Journaal nog meepikken”, vertelt Yorben. 

Binnenkort toont de Gelenaar voor een derde keer zijn goed hart. Het donorcentrum mag zich alleszins aan een grote opkomst verwachten: “Volgende keer kom ik niet alleen. Ik hoop nog een heleboel vrienden te overtuigen, mensen hebben het bloed echt nodig.”