Steeds meer jongeren schrijven zich bij lokale verenigingen voor het voetbal in. Het spelletje is dus populairder dan ooit. Hebben de successen van onze Rode Duivels hier iets mee te maken? Wie droomt er nu niet van om de nieuwe Hazard of De Bruyne te worden, maar dat is zeker niet voor iedereen weggelegd. De meesten komen dan ook bij amateurploegen terecht. Geen geld met hopen, wel vrienden voor het leven. Maar wie maakt dit allemaal mogelijk?

De Koninklijke Vlaamse Voetbalbond, alias de KVV, werd in 1907 opgericht als een competitie tussen enkele jongensscholen. Daarna verenigde het de katholieke/recreatieve voetbalploegen en groeide het snel uit tot de grootste liefhebbersbond van Vlaanderen. Het werd een koepelorganisatie voor een beetje van alles. Zowel voor zaal- en veldvoetbal uitgeoefend door heren, jeugd, dames en andersvaliden.

Tegenwoordig kan een vijfjarig kind zich al aansluiten bij een vereniging in de buurt (daarmee ligt de leeftijd twee jaar jonger als in het verleden). Nee, er wordt niet meteen 11 tegen 11 gespeeld. In het begin is het ‘man tegen man’. Zo leert men op jonge leeftijd de basistechnieken en geeft het de trainers de mogelijkheid om tijdens de wedstrijden zich 100% op het kind te focussen en eventueel bij te sturen.

Dat de leeftijdgrens voor beginners naar beneden is getrokken blijft een goede zaak. Sporten op jonge leeftijd is belangrijk. Men gaat leren bewegen en zijn/ of haar motorische bewegingen ontwikkelen. Een speler leert voor het eerst de voet gebruiken, op een bal trappen en zoeken naar de juiste technieken. Dankzij de vele en korte sprintjes is voetbal ook de perfecte sport om conditie op te bouwen en voor het eerst kennis te maken met de eigen snelheid. Men leert bewegen maar ook onbewust keuzes maken, “Naar wie speel ik nu mijn bal?!”

Foto: Sander Hazen

De eerste stappen op het veld

Daarnaast leert men ook op sociaal vlak enorm veel bij. De club groeit uit tot een betrouwbare omgeving voor het kind. Men leert hier ook voor het eerst hun nieuwe vriendjes kennen, vaak niet beseffend dat deze band nog uitgroeit tot ‘beste vrienden’. Naar mate dat het kind ouder wordt komen ze vaak ook voor het eerst in contact met andere normen, waarden en culturen. Het amateurvoetbal geeft kansen (onder andere voor de eigen ontwikkeling) aan de jeugd, die op hun beurt de mogelijkheid hebben om met leeftijdsgenoten om te gaan buiten de schooluren.

Het meest belangrijke op jonge leeftijd is dat ze zich vooral amuseren tijdens het spelen van een pot voetbal. Uit wetenschappelijk onderzoek blijft ook dat een kind beter presteert als het plezier heeft in wat het doet. Na de eerste stappen schakelt men over naar een 7 tegen 7 format vooraleer het echte werk begint (11 vs 11). Stilletjes aan begint ook alles iets of wat serieuzer te worden. Zo krijgt men bijvoorbeeld stevigere trainingen. Vaak kennen de jongens elkaar nu al even en vormen er hechte vriendschappen, maar ook de wil om te winnen ontstaat. Wie helpt hen hierbij?

Trainers

Het amateurvoetbal bestaat volledig uit vrijwilligers. Trainers zijn dus mensen die zich vrijwillig hebben opgegeven en er ook niets voor betaalt krijgen. In het topvoetbal worden trainers bij slechte resultaten aangeduid als de boeman, maar in het amateurvoetbal worden ze op handen gedragen. Een bloedhete zomerdag, of het typische Belgische regenweer? Dat maakt voor hen niets uit. Ze ruilen met plezier hun kostbare tijd in voor hun voetbalschoenen. Zo neemt ook Gent middenvelder Brecht Dejaegere een ploeg onder zijn hoede.

Trainersprofielen verschillen enorm. In de beginjaren zijn het vooral ouders van de spelers zelf, daarna vaste trainers van de club of zelfs jongeren die zich hier voor opgeven. Waarom offeren zij zich op? Kinderen zien groeien in het leerproces, ze iets bijleren. Daarnaast hebben de trainers ook een pedagogische functie. Voetbal is eigenlijk één van de weinige sporten waar men op jonge leeftijd leert samenwerken. Voor de trainers wordt het snel een voltijdse hobby, geen moment verdwijnt de ploeg uit het hoofd. Welke training steek ik ineen? Wie neem ik dit weekend mee? Wie stel ik op? 

Het gevaar schuilt aan de zijlijn

Vaak hebben ze al oefeningen in het hoofd doordat ze in hun jeugdjaren ook zelf hebben gevoetbald. Daarnaast is ook het internet een bron aan informatie om zich bezig mee te houden. Een training opstellen vraagt wel de nodige tijd en concentratie. De kunst is om je training boeiend te houden, spelers zo veel mogelijk te laten bewegen zodat ze de kans niet krijgen om hun aandacht te verliezen. Voorbereiding is dus belangrijk.

Het is als trainer uiteraard onmogelijk om iedereen binnenin een ploeg tevreden te stellen. Zeker als men op latere leeftijd begint te puberen. Zo bestaat de kans dat er tijdens het seizoen weleens een conflict ontstaat tussen speler en trainer. Maar het grootste gevaar ligt vaak bij de ouders, en dus niet bij de spelers zelf. Ouders durven zich wel eens boven de trainer te zetten en gaan zich dan bemoeien met hun keuzes. Wat zij vaak niet lijken te beseffen is dat een vrijwilliger denkt aan het belang van de ploeg en niet aan die van zijn of haar kind.

Het serieuze werk

Op 12 jarige leeftijd begint het plots allemaal echt. Jeugdspelers zetten voor het eerst de overstap naar een groot veld. Aanvallers moeten opletten voor de buitenspel positie, middenvelders voor de bal die plots een maatje gegroeid is. Ze spelen dan ook voor het eerst in competitief verband, een klassement. Je speelt niet meer alleen voor de eer van je club. Nee, ook die van je trainers, vrienden maar vooral die van jezelf.

Trainers besluiten dan ook om hun ploeg naar een niveautje hoger te tillen. Trainingen worden serieuzer en zwaarder. Zo organiseert men aan de vooravond van het nieuwe seizoen conditionele trainingen waarbij de ballen braaf in het ballen kot blijven liggen. Voor het eerst beginnen spelers ook op tactisch vlak na te denken. Het is en blijft ‘maar’ amateurvoetbal, het draait dus rond plezier. Toch wil elke ploeg zo veel mogelijk wedstrijden winnen.

Uit onderzoek blijkt ook dat winnen goed is voor de mentale gezondheid. Als je wint maak je testosteron aan, die op zijn beurt de dosis dopamine verhoogt, een hormoon in de hersenen die ervoor zorgt dat je je gelukkiger voelt. Het is ook hier dat de eerste verschillen tussen ploegen duidelijk worden. Spelers willen het harde werk belonen aan het hand van het kampioenschap. Dat wil zeggen dat je elke week moet presteren en juist dat is enorm moeilijk. Maar het zal wel voor de nodige sfeer zorgen op het einde van het seizoen wanneer de beker de lucht in wordt getild. Voor zo een momenten is het liedje You never walk alone geschreven

Velden

Maar de drastische pleinen zijn een groot gevaar voor het amateurvoetbal. Voor vele ploegen betekent het meteen een einde aan de titelambities. Nee geen biljarts en greenkeepers zoals op Anderlecht. De ene week sta je tot aan je knieën in de modder, de week daarop zie je geen steek door het vliegende losse zand.

In tegenstelling tot Club Brugge trainer Clement op het veld van Standard, wordt hier nooit geklaagd over de staat van het veld. Meer zelfs, het levert enkele spectaculaire wedstrijden op maar is wel een nachtmerrie voor elke voetballende ploeg in de reeks.

Prijzige biljart tafel

En toch zien we de laatste jaren een nieuwe trend. Steeds meer amateurploegen in de Antwerpse regio zoals Ossmi, Simikos, SVB Driehoek, Vremde, Ik Dien, VDP en Valaarhof leggen synthetische velden aan. Simpel, want een natuurveld geraakt na 300 uur activiteit overbelast en gaat dan kapot. Een kunstgrasveld daarentegen is steeds bespeelbaar en gaat zelfs de strijd met de weergoden aan. De regen op het veld wordt afgewaterd waardoor er geen plassen op het veld ontstaan. Hierdoor hoeven wedstrijden en trainingen minder snel afgelast te worden.

Ondanks dat men er in de hoogste voetbalklasse voor vreest, is een kunstgrasveld dus een godsgeschenk voor het amateurvoetbal. Wel een geschenk met een stevig prijskaartje, een synthetisch veld gaat dan wel 15 jaar mee, in die periode kost het een slordige 400.000 euro… SLIK. Uiteraard hoeven spelers hier niet wakker van te liggen. Hiervoor heeft elke club een eigen orgaan, het bestuur.

Het bestuur blust brandjes.

Een lid uit het bestuur is een aanspreekpunt van de club. Niet alleen voor de ouders, ook voor trainers of spelers van de club. Hij/zij ontfermt zich over een groot takenpakket, huiswerk waar meteen een uur of tien in de week inkruipt.

Taken van een bestuur

  • Instroom van nieuwe spelers: Organiseren van beloftedagen, inschrijvingen van nieuwe spelers, …
  • Telwerk: Zij kijken of er genoeg trainers en afgevaardigden aanwezig zijn
  • Puzzelen: Wie traint waar en wanneer?
  • Organisatie: Het organiseren van toernooien en oefenwedstrijden
  • Conflicten: Elke ploeg heeft zijn eigen conflicten. Alhoewel ze aanraden om het eerst onderling op te lossen komen zij vaak tussen de verschillende partijen onderhandelen

Gevaar voor het amateurvoetbal

De laatste jaren heeft het amateurvoetbal al heel wat geleden, vooral op financieel vlak. Zo hadden we onlangs nog ‘de drankenbonnetjes affaire’. Iedereen kent ze wel. Jongeren worden na hun wedstrijd beloond met een gratis drankenbonnetje waarmee ze dan een gratis snoepje, hotdog, of Cola kunnen gaan bestellen aan de toog. Voor de meesten is dit zelfs de dood normaalste zaak van de wereld.

Maar belastinginspecteurs vielen massaal sport- en voetbalploegen binnen. Heel wat ploegen lijken te vergeten dat ze ook op drankenbonnetjes btw moeten betalen. De fiscus krijgt vaak zijn deel niet en besloot dan maar om torenhoge boetes uit te schrijven aan zowel professionele als amateurploegen.

Zo zit bijvoorbeeld FC Duffel nu in vieze papieren nadat ze een boete van tienduizenden euro’s ontvingen. Zij hadden onder andere geen belastingen betaalt op de drankenbonnetjes van hun jeugdspelers. Ondanks dat Duffel naar de rechtbank stapte, moesten zij zich toch failliet laten verklaren. Komt er een einde aan de jarenlange drankenbonnetjestraditie?

Afscheid van de KVV

Na financiële moeilijkheden had de KVV het steeds moeilijker om te overleven. Het einde van het liefhebbersvoetbal leek nabij…

Maar in 2017 ontstond er plots een monsterverbond tussen verschillende voetbalverenigingen. Deze fusie kwam er nadat de Vlaamse overheid had beslist om meer mensen aan het sporten te zetten. Het nieuwe Voetbal Vlaanderen kreeg de taak om een divers aanbod voor zowel profs als amateurs te voorzien. Dat ging niet zonder slag of stoot want niet iedereen had evenveel goesting om te concurreren met de provinciale ploegen. Uiteindelijk werd er toch een akkoord gevonden waardoor 23.000 recreatieve sporters konden blijven verder voetballen. Waarom is dit dan zo belangrijk?

  1. Water bij de wijn

In het amateurvoetbal staan elk jaar opnieuw dezelfde verplaatsingen op het programma. Vanaf jongs af aan staat men niet alleen oog in oog met dezelfde ploegen, vaak ook dezelfde tegenstrevers. ‘Kijk uit voor de nummer 4’ evolueerde snel tot het gebruik van de tegenstander zijn naam. Want wie weet ondertussen nog altijd niet dat Aron een stevige rechter heeft?

Na heel wat onderlinge confrontaties besluiten ‘concurrenten’ zich onderling met elkaar te mengen. Na een wedstrijd samen aan tafel, enkele weken later ook samen naar feestjes. Ze kunnen hier misschien geen bal verdienen, er ontstaan wel vriendschappen over de clubkleuren heen.

2. Het orgaan dat een club doet draaien

Amateurploegen worden soms volledig gerund door vrijwilligers. Zij worden dan ook steeds belangrijker in onze samenleving en zorgen er ook voor dat duizenden sportievelingen hun favoriete hobby kunnen blijven beoefenen. Mensen zetten zich in voor hun geliefde ploeg, offeren hun vrije tijd op. Dankzij bestuursleden en trainers wordt er getraind, door medewerkers achter de toog gedronken. Toch zijn er heel wat vrijwilligers die zich lijken te verstoppen.

Want hoe komt het dat we elke week opnieuw in propere tenues spelen? Jups, er zijn mensen die met plezier onze stinkkleren mee naar huis nemen om ze dan te wassen. Daarnaast zijn er ook nog andere medewerkers die hun weekenden opofferen om zich bezig te houden met het uitkuisen van de kleedkamers. Hierdoor kan de volgende ploeg zich proper voorbereiden op de wedstrijd.

En ja, ze doen het ook nooit goed… ‘Een penalty werd ons ontnomen en de tegenstrever scoorde uit buitenspelpositie!’. Ondanks de vele verwijten van het publiek proberen scheidsrechters er alles aan om de wedstrijd in juiste banen te leiden. Opvallend, de laatste jaren zijn er steeds minder leidinggevenden te vinden maar lijkt ook de opvolging niet meteen klaar te staan. We zitten duidelijk met een tekort en de vraag is nu: “Spelen we binnenkort zonder, en vertrouwen we dan op onze eigen eerlijkheid?”.

3. Niets moet alles mag

Maar het mooiste aspect van het amateurvoetbal zijn de hechte vriendschappen die op het veld ontstaan, ze worden meer dan vrienden. Spelers leren elkaar al op jonge leeftijd kennen en groeien uit tot beste vrienden, onmisbaar in elkaars leven.

Deze vriendschap komt bij de meeste ploegen voor. Toch is het ook eens gemakkelijk om dit met een voorbeeld aan te tonen. De foto hieronder zijn de Reserven B van SVB Driehoek. In de eerste plaats een vriendenploeg, die elkaar door en door kennen omdat ze al sinds hun puberteit samen in de ploeg spelen. Zij hebben elkaar letterlijk groot zien worden.

Foto: Sander Hazen

De mix tussen plezier en winnen liggen hier perfect in balans. Typisch op dit niveau is dat er geen verplichtingen zijn, niets moet alles mag. Alle andere activiteiten, zoals werk of school, krijgen voorrang op het spelletje zonder dat ze zich daarbij zorgen moeten maken over een eventuele selectie. Uiteraard wordt er wel verwacht dat je je zo veel mogelijk inzet, niet voor de trainer maar voor de ploeg.

Vriendschap als tactisch wapen

Wat de Reserven van Driehoek proberen is om de groepssfeer optimaal te houden door samen voetbal te gaan zien of enkele uitstapjes te plannen. Zo gaan ze elk jaar op het einde van het seizoen een weekendje weg. Belangrijk, want teamgeest kan een belangrijk wapen vormen op het veld.

Bij een hechte groep is de wil om te schitteren vaak nog groter. Hier heerst zeker niet het grootste talent, maar wel de wilskracht en de vechtlust om elke bal eruit te halen. Ondanks minder talent bepaalt de werkkracht de sterkte van een team, en probeer dan maar eens te scoren… Tegen een ploeg die door het vuur voor elkaar gaat….

Voetbal, een feest, één familie

En dat wapen zorgde er ook voor dat de Reserven vorig seizoen de titel wonnen. Met een groot feest was te zien hoe close de spelers met elkaar omgingen. Winnen is voor de B’s belangrijk maar ook bij een verlies kan de ploeg dit meteen relativeren. Douchen om daarna samen in de kantine aan hun ‘derde helft’ te beginnen en na te kaarten over de wedstrijd.

Maar het is mooi om te zien hoe vriendschap stilletjes vervaagt naar familie. Spelers amuseren zich op een vrijgezellen, of op een trouw van een ploeggenoot. Sommige vriendschappen op de voetbal groeien zodanig uit dat ze getuige, of zelfs peter worden van iemands kind.

Terecht in een nieuw voetballandschap

Dankzij het monsterverbond kwam het recreatieve voetbal in een totaal nieuw voetballandschap terecht. Voor de volwassen ploegen veranderde er vrijwel niets. Zij kregen zelf de keuze om in de amateurreeksen actief te blijven, of over te stappen naar vierde provinciale. De meesten ploegen bleven maar Noorse en fusieploeg Oxaco-Boechout besloten toch de stap naar het professionele niveau te zetten.

Het verschil? In de recreatieve reeksen draait het rond fun, maten onder elkaar terwijl bij de provinciale ploegen het er allemaal net iets professioneler aan toegaat. Dankzij sponsors en toegangstickets kunnen er mooie complexen neergezet maar kunnen ze ook lonen aan de spelers betalen. Juist daarom trekken getalenteerde spelers liever naar provinciale ploegen in de hoop om er ooit een centje te verdienen. Hierdoor hangt er nu een ongelijke strijd bij de jeugdreeksen waar de twee verschillende verbonden zijn samengekomen.

In de jeugdreeksen werden de jaarlijkse uitstapjes naar Ossmi en Vremde (vaak) vervangen door provinciale ploegen als Kalmthout en Lierse Kempenzonen. Voor veel kinderen is het dus verschieten bij het zien van enkele straffe resultaten,  ‘Zijn ze echt zo goed?’. Ploegen als Sint-Job en Berchem komen niet om te verliezen en voelen een grotere drang om te winnen, ze zijn agressiever en dat verschil is vaak te zien op het scorebord. Hier enkele straffe resultaten op rij.

  • U15: Ossmi  0- 13 Zandhoven SK
  • U15:Excelsior Mariaburg 0-26 Duffel
  • U17: Bacwalde 0-9 Zennester Hombeek
  • U21: Nieuw-Stabroek 1-15 Wuustwezel
Foto: Sander Hazen