Voor het vak Nederlands moesten we een kortverhaal schrijven. Ik heb gekozen voor een jonge snaak die zijn droom in het profvoetbal aan het waarmaken is, maar door verschillende afleidingen van het padje geraakt.

De decibels schieten enorm de lucht in, een oorverdovend lawaai overstijgt alles en iedereen. Meer dan twintigduizend supporters roepen het uit van plezier. De traditionele gezangen worden ingezet, er wordt gebruld, gelachen en getierd. Sommige pinken zelfs een traan, al dan niet van geluk, weg. Enkele fanatiekelingen gaan een stap verder en klimmen met de nodige moeite over de donkergroene, angstaanjagende omheining en worden al snel door honderden andere gevolgd. Als kippen zonder hoofd rennen ze door elkaar en worden enkele frontale botsingen maar nipt vermeden. Een echt volksfeest gaat van start, liters bier vlogen daarnet nog de lucht in maar onder de bloedhete zon zullen er met diezelfde liters bier nog heel wat kelen worden gesmeerd.

Het contrast met de mensen links bovenaan in de hoek is groot, immens zelf. Het is er muisstil. Op alle blikken valt teleurstelling af te lezen. Enkele woelwaters besluiten om, onder het gejoel van de tegenhangers, van alles naar beneden te smijten. Enkele aanstekers, vlaggen en bekers vliegen naar beneden maar ook de stoeltjes moeten eraan geloven. Je zou voor minder, wat een beschamende vertoning was dat. Ik besluit om geniepig en geruisloos naar de ingang te sluipen. Tijdens mijn walk of shame, waar ik ook enkele vijandige opmerkingen naar het hoofd krijg geslingerd, zie ik Smout met de handen in zijn haren. Lijkbleek, afgepeigerd, een gebroken man. 

Eens binnen besef ik het pas echt. Aan mijn wandeling lijkt maar geen einde te komen, het lijk wel uren te duren. Steeds harder hoor ik mijn eigen schoenen tegen de harde betonnen grond kletteren. Met elke stap een nieuwe steek in het hart.

Ik sluit me aan bij de rest van de groep. Een immense stilte. Hazen gooit uit frustratie zijn schoen staalhard richting de deur en het scheelde geen haar of Glenn verloor een oog. Onze voorbereidingen op de festiviteiten worden snel weer opgeborgen. Confetti vliegt de vuilbak in, champagneflessen achter de hoek worden weer weggemoffeld. Nog steeds had niemand het lef om een woord met elkaar uit te wisselen. Maar aan de gezichten viel te lezen dat sommige zin hadden om met een schuldige vinger naar een ander te wijzen, ook naar mij.

Enkele uren later staarde ik op de oprit van ons huis vreugdeloos vooruit, nadenkend over vanmiddag. Hoe is het zover kunnen komen? Ook ik voel nu de tranen zitten. Honderden mensen rekenden vandaag op mij. Uit schaamte durf ik niet naar binnen om met mijn familie mee te dineren. Straks misschien, maar nu zeker niet.

Ik leg me er letterlijk en figuurlijk bij neer. Plots verschijnt er in onze straat een auto aan een hoge snelheid. Ik kan niet zien wie, de grote felle koplampen schijnen in mijn aangezicht en het is wachten tot de sportieve wagen zich aan de kant parkeert. Een lang figuur stapt klungelig de auto uit. Op het randje van lachwekkend stapt de spierblonde kerel op me af. Dat kan maar één iemand zijn. Zonder ook maar één woord uit te wisselen komt Alexander naast me op de trap zitten. Voor het eerst vandaag verschijnt er weer een glimlach op mijn gezicht. Toch rolt er na alles nog altijd geen woord over mijn lippen.

Hoofdstuk 1: De Scout

6 maanden eerder….

Enkele weken geleden bereidde ik me nog in de bossen voor op het nieuwe seizoen bij amateurclub SVB Driehoek. Onze loopsessies waren zwaar, maar nodig om de pintjes en hamburgers van afgelopen zomer er weer af te trainen. Terwijl we ons in de kleedkamer voorbereiden op onze eerste oefenwedstrijd van het seizoen sijpelt er een wel enorm opvallend gerucht binnen. “Mannen, vandaag onze eerste wedstrijd en al meteen een belangrijk figuur aan de zijlijn”, Zei de trainer “Een scout van Anderlecht.” Mijn hart bonkt bijna uit mijn keel. Alexander zat naast me zijn sokken aan te trekken, glimlachend waarbij Yanni met de woorden “Hoe is het zover met onze recordkampioen kunnen komen”, verder aanvult.

Yanni had gelijk, paars-wit had na een rampseizoen nood aan een echte killer, Maar hier? Ach ik kwam zeker niet in aanmerking. Stef wel, die liet vorig seizoen maar liefst veertig keer de netten trillen. We wonnen diezelfde wedstrijd met 4-0, een zuiver hattrick van… Jawel Stef. We zijn bijna geneigd om een laatste keer afscheid van hem te nemen. Ineengezakt van vermoeidheid lig ik aan de kant van het veld. Plots sta ik oog in oog met een enthousiaste, en best jonge scout van Anderlecht. “Kijkt hij nu naar mij?” mompel ik eruit. Iets te luid, de scout kijkt me verward aan maar gaat vervolgens met een glimlach op het gezicht verder “Seppe, Anderlecht ziet in jou de nieuwe nummer 9 om weer mee te spelen voor de prijzen”. Geen woord kreeg ik eruit, met mijn mond vol tanden.

Ik wandel voor een allereerste keer nerveus de club binnen. Materiaalman Dirk geeft me een rondleiding op het immense complex. Enkele spelers begroeten me kort, maar gaan snel terug aan het werk. Plots sta ik oog in oog met Stijn Hazen. De legende, die Anderlecht al 4 keer persoonlijk naar de titel schoot. Hij lijkt ouder dan op televisie. Zowel zijn haar als baard hebben een grijze schijn, en ook de rekening van enkele rampseizoenen werden gepresenteerd in de vorm van wallen. Daarmee dat de pers hem als passé beschrijft, maar Hazen zelf is niet van plan te stoppen en de criticasters hun gelijk te geven.

Hij gunt me geen blik, en met een handgebaar stuurt hij zijn materiaalman weer aan het wandelen. Al een geluk loop ik Dries van Meer tegen het lijf. Een stevige centrale verdediger, maar vooral een leeftijdsgenoot.

“Hey Lukas, let maar niet op Hazen, niet dat het aan jou ligt maar hij heeft zo zijn twijfels over het beleid. Je komt dan ook maar van een Brusselse amateurploeg hé”, grinnikt Dries. “Hij draait wel bij. Het is jou taak om hem zijn ongelijk te bewijzen. Ondertussen maak ik jou hier wel wegwijs.”

Na een korte rondleiding en kennismaking met enkele spelers kijkt Dries vluchtig op zijn horloge. “FUCK”, piept hij. “We hebben nog een anderhalve minuut om ons naar de kleedkamer te haasten. Trainer Smout verafschuwt laatkomers, zogezegd een teken van hoogmoed.”

Na een ferme sprint zit ik op een stevige houten stoel neer. Bezweet, tussen de sterren waar ik zo naar opkijk. En toen kwam trainer Smout binnen: “Bonjour tout le monde, ik hou het kort, dit jaar minder praatjes. Wel prestaties op het veld! De titel moet dit jaar naar ons.”

Smout, de trainer die al vele ploegen weer naar de top bracht kijkt me vluchtig aan en glimlacht naar me. Flauw, maar wel oprecht. Het dringt nu ook echt door. Ik ben echt een speler van RSC Anderlecht!

Hoofdstuk 2: Het debuut

Het zit erop, een slaak van opluchting galmt door het stadion. Na 15 jaar supporteren in de bovenste ring speelde ik daarnet mijn allereerste wedstrijd voor paars-wit. Een moeizame 2-1 overwinning tegen laagvlieger Oostende, maar wat een droomdebuut.

Een kwartier voor tijd riep de trainer me naar de bank “1-1”, aarzelde hij. “De bal moet er in Baeyens!”. Mijn eerste balcontacten draaiden uit tot een enorme ramp, zowel mijn handen als knieën begonnen te beven. Collectief was het slecht. Supporters begonnen met fluiten, of verlieten vroegtijdig het stadion om file op de parking te vermijden. Mijn eerste kans kwam pas tegen het eind van de wedstrijd. Hazen draaide zich houterig vrij en gooide meteen in één tijd voor. Over alles en iedereen heen, tot ikzelf aan de tweede paal verscheen en nipt binnenkopte.

Plat op de grond, en met een stevige hoofdpijn. 18 duizend man veerde recht en zongen tot driemaal toe mijn naam in koor “LUCAS BAEYENS! LUCAS BAEYENS! LUCAS BAEYENS!”.

Onderweg naar de catacomben komt mijn trainingsmaatje Dries me nog eens omhelzen. “Eerste wedstrijd en meteen een doelpunt, straf!”. Ik ben in de wolken en geef mijn bezweet en stinkend T-shirt aan een kind, zoals de echte. Onderweg naar de kleedkamer knijp ik nog eens in mijn arm zodat ik weer wakker word. Mijn arm knalrood, mijn ogen fonkelend, nee het is geen droom…

Gedoucht en ruikend naar de kokosshampoo loop ik terug naar de vip lounge waar mijn vrienden en familie me staan op te wachten. Terwijl mijn vrienden luidkeels “Lucas Baeyens” beginnen te zingen, springt mama me in de armen en zet ze haar lippenstift op mijn wang. “Niet zweven”, grinnikt Alexander “De verlegen jongen in jou siert je, zo ga je de meeste harten hier veroveren.”

Nog geen vijf minuten later staat plots heel de ploeg mee aan tafel. Onze middenvelder Glenn gaat smekend voor mijn ouders door zijn knieën “Zo een debuut? Dat maak je maar 1x mee, mag hij nog met ons mee de bloemetjes buitenzetten?” Mijn ouders stemmen onverwachts is. Ook mijn twee beste vrienden, Alexander en Yanni staan erop om mijn eerste doelpunt in de hoogste klasse mee te vieren.

We trokken naar de Carré want daar proeft volgens Glenn het bier “het zuiverst”. Alles op de kosten van Tristan, de patron van de keet. Het is de avond van ons leven. Zij die denken dat voetballers niet drinken, zijn enorm fout. Geen enkel drankje op de kaart wordt overgeslagen en op het eind van de avond zijn enkele ‘mauven’ niet meer in staat om op de benen te blijven staan. Ook bij mij gaat plots het licht uit…

De zon schijnt fel in mijn ogen, een scheut van pijn bereikt mijn hoofd. “Waar ben ik?”, zeg ik zacht. Traag kom ik in mijn bed recht, en zie ik mijn vrienden in hun boxers op de grond liggen. Yanni mompelt iets, maar op dat moment draait mijn maag volledig om. Verkrampt loop ik naar het toilet. Aan de hand van de geur ben ik bijna in staat om mijn drankjes van afgelopen nacht te herinneren. Doodop, met mijn hoofd op de wc-bril zie ik in mijn ooghoek een opvallende krant liggen.

Met de nodige moeite kan ik toch de voorpagina van Het Nieuwsblad vastpakken. Mezelf in het groot afgedrukt, vierend richting de eigen supporters. Even later bekijkt iedereen met argusogen de krant aan. Alexander had zijn idolen gisterenavond goed bestudeert en zag dat Cassanova Dries een “jonge blonde del” had gescoord. We besluiten niet naar school te gaan en terug in ons bed te kruipen. Ach ja, hoef ik na mijn doelpunt ooit nog terug te keren naar school?

Hoofdstuk 3: Het klassement

De kerstperiode is net gepasseerd en de groepssfeer in onze ploeg zit al een tijdje enorm goed, ik amuseer me hier dood. Of dat nu zo positief is laat ik in het midden. Elke zondagavond zijn er een stuk of vijftien spelers terug te vinden in de Carré. Een groot deel van ons loon wordt verkwanseld aan drank, tegenwoordig gaan we zelfs na training gezellig opstap… Gewaagd maar dat maakt het juist zo leuk. Zoals onze aanvoerder zegt “Zolang de pers of onze staf er niet achter komt, zitten we safe!”

Daardoor is ook mijn vriendschap met leeftijdsgenoot Dries enorm gegroeid. We hebben een enorme klik samen. Het feit dat ik al heel wat excuusjes voor hem heb verzonnen speelt ook wel mee. Terwijl hij thuis ligt uit te kateren, heeft hij zogenaamde afspraakjes gehad bij de dokter, kinesist of zelfs de orthodont, ik verzin van alles tegen Smout om hem te beschermen. Maar met hem erbij genieten we wel van de privileges die een profvoetballer krijgt. “Jij regelt toch notities voor ons?”, vraagt Dries doodleuk op school zodat hij met een gerust hart op zijn Playstation kan zitten.

Jammer genoeg is de laatste tijd het contact met mijn eigen vrienden enorm verwatert. Zo vernam ik daarnet via Instagram dat Alexander tegenwoordig met een vriendin rondloopt. Alicia_R, een meisje met maar liefst drieduizend volgers op haar account. Nee dit gaat niet lang duren, zij past gewoon niet bij hem! Gekruld haar, perfect gemaquilleerd, lange benen net iemand die je in de vip van een discotheek tegenkomt! Was dat trouwens niet die “blonde jonge del” die Dries op ons eerste nachtje uit had gescoord? Ach ja, het is Alexander gegund. Hij staat steeds voor andere klaar en lijkt soms te vergeten voor zichzelf te zorgen.

De laatste tijd hadden we enkele meningsverschillen. Die van eergisteren was heftig. Hij vond dat mijn successen me naar het hoofd stegen, maar zijn kwade verafschuwende blik deed me het meest pijn. “Je hangt meer in discotheken rond dan in de les”, verdedigde Kato, nochtans één van mijn beste vriendinnen, Alexander zijn standpunt. Ik was razend. Met een welgemeende ‘fuck you’ vertrok ik huiswaarts.

Gefrustreerd stap ik met mijn ploeg het vliegtuig op richting Spanje voor onze jaarlijkse winterstage. We staan nu bovenaan het klassement, criticasters werden de mond gesnoerd doordat we een kloof van 8 punten op eerste achtervolger Club Brugge bijeen sprokkelden.

Onze ploeg mag beide handjes kussen dat aanvoerder Hazen zijn topvorm terug heeft gevonden. Ondertussen loopt hij terug met zijn vertrouwde Gouden Stier op de rug rond. Ook bij mij gaat het op individueel vlak goed. Ik ben ondertussen een onbetwiste basisspeler en lig in de bovenste schuif van onze trainer. Mag wel, als je als 19-jarige zevenmaal voor de eigen supporters kan gaan vieren.

Ondertussen word ik ook op straat vaak herkend als het grote talent van België. Mensen vragen massaal foto’s waardoor rustig wandelen er voor mij niet meer in zit. Ik had nooit verwacht dat het sterrenleven me zo zou bevallen. Vroeger keek ik de lens nooit recht aan en verstopte ik me vaak op de achtergrond. Nu sta ik te poppelen om met fans op de foto te gaan. Alles heeft zo zijn voordelen, de meisjes die me tijdens het nachtleven herkennen bijvoorbeeld.

Dries en ik ontwierpen daarom ook een speciale competitie. Tegen het einde van het seizoen zo veel mogelijk meisjes tussen de lakens te krijgen. “Het zijn niet altijd de voeten die moeten spreken”, lacht Dries dan altijd. In het begin was ik nog te verlegen, dezelfde jongen als vroeger. Maar ik heb snel de klik gemaakt, de successen en vele doelpunten zijn te danken aan mijn eigen harde werk, dan mag je wel eens meer zelfvertrouwen uitstralen! Dries sloeg vrijwel meteen een mooie voorsprong. Maar naar mate ik meer scoorde, en met mijn gezicht meer op televisie kwam, zat ik hem snel op de hielen.

Hoofdstuk: Ontmantelen van een bom

Opnieuw slaagt een kreet van opluchting door het stadion. De supporters veren na het laatste fluitsignaal enthousiast recht. Rechtstreeks concurrent Genk keert na een spectaculaire 4-3 wedstrijd weer huiswaarts zonder punten. Uit vermoeidheid zet ik me op de middencirkel neer terwijl de rest begint te vieren. Hazen grijpt uit het publiek een megafoon en start de Brusselse liederen. Muisstil, en plots roept iedereen samen “C’mon you mauves” richting de eigen spionkop. De kinesist zet zich even naast me neer en vraagt onderzoekend of ik oké ben. “Enkel wat last van krampen, niets erg”, antwoord ik hijgend. Dankzij mijn hattrick van vandaag was ik nog maar twee doelpunten verwijderd van de Gouden Stier die momenteel nog wordt gedragen door onze aanvoerder. Maar belangrijker is dat we als leider aan de elk jaar gevreesde play-offs mogen beginnen, en dat met maar liefst vijf punten bonus op eeuwige rivaal Club Brugge.

“Nu begint het pas echt”, start Smout zijn speech in de kleedkamer. “We zullen een niveau hoger moeten schakelen als we die verdomde beker willen pakken! Een keer meer verschijnen op de club, een keertje minder op stap. Het moet nu echt gedaan zijn met feesten!” Een kleine steek richting onder andere ook naar mij. De laatste weken verschijnen er steeds meer filmpjes op sociale media van ons die de bloementjes stevig buitenzetten. Ons geheim werd door de vervloekte sensatiepers ontrafeld. Van buitenaf krijgen we bakken kritiek over ons heen, maar de eigen technische staf negeerde het voorval. Tot nu.

“Ga nu maar douchen en geniet van jullie rust”, zonder enkel emotie op het gezicht wandelt de trainer weer naar buiten alsof we hadden verloren. Maar bij het sluiten van de deur start een heuse viering in onze kleedkamer. Nu neemt Hazen het woord en die schiet terug richting Smout. “Iemand van de oude stempel”, lacht hij “We hebben een belangrijke stap gezet richting onze 35ste titel. Dat moet en zal gevierd worden!”

Alle spelers verzamelen zich boven in de lounge. We besloten om zo lang mogelijk te blijven plakken tot de lichten van het stadion gedoofd werden. Zo kon niemand van het bestuur of andere leidinggevenden ons betrappen. Dries, Hazen, Glenn, ik en nog enkele anderen staan klaar om te vertrekken tot plots de doelman met een venijnige blik richting ons stapt. “Wij keren huiswaarts, misschien is het nu ook eens aan jullie om verantwoordelijkheid op te nemen”. “Waarom? Onze volgende wedstrijd is pas volgende week”, snauwt Glenn kort. De discussie liep snel uit de hand. Nadat de doelman even aanhaalde hoe “shit” hij de laatste weken presteerde gingen plotseling de poppen aan het dansen. Glenn vliegt hem naar de haren en het scheelt bijna niets of hij verkoopt hem een stevige rechter. Het is Dries en onze aanvoerder die dat nog net konden voorkomen. Plots werd er met man en macht samengewerkt om de twee kemphanen uit elkaar te krijgen.

Heel het seizoen lang kon de ploeg terugvallen op één enorm belangrijk wapen, teamgeest. Er werd op het veld gevochten voor elkaar, met het mes tussen de tanden! Ik had de laatste tijd misschien wel zelfvertrouwen genoeg, toch maak ik me nu zorgen over ons wapen dat eerste barsten toonde. Ik wil graag naar huis, de titelviering is nog geen feit en ik voel de krampen tot bijna in mijn oren.

Daarnaast verscheen er enkele weken geleden nog een artikel over mij, met verwijde pupillen van de alcohol in Het Nieuwsblad. Doodsbang, en met een klein hartje werd ik de dag daarna op het kantoor van Smout verwacht. Zaak Baeyens werd geseponeerd maar ik sloot wel een verplichte belofte met hem, maar ik kan mijn vrienden nu moeilijk de rug keren toch? Zeker nu nadat Alexander het contact verbrak omdat ik ‘boven mijn stand’ leef. Ik bezwijk aan de groepsdruk en stap in bij Taxi Hazen.

Met een razende vaart arriveren we op de parking van de Carré. Hazen parkeert zich achter het gebouw waar Tristan, de baas van de zaak, ons aan de dienstingang zijn ondertussen vaste klanten staat op te wachten. Hij leidt de groep naar ons vaste stekje in de Vip lounge. Link achteraan, zo hebben we een goed zicht van wat er zich beneden op de dansvloer afspeelt, zonder steeds gestoord te worden. “Proficiat kampioenen van de reguliere competitie”, lacht Tristan, “Alles op mijn kosten vanavond!” Zijn woorden werden snel gevolgd door enkele bloedmooie meiden die ons champagneflessen met vuurwerkstokjes aanboden.

Ook nu gaat de alcohol heel snel naar binnen. Dries dwaalt met de eerste en beste vrouw de trappen naar beneden af waar hij momenteel op de dansvloer het beste van zichzelf geeft. De vertering van een loodzware wedstrijd in combinatie met alcohol liep bij Glenn moeilijker dan verwacht. Ondanks de hoge decibels en luidruchtige muziek valt hij doodleuk in slaap op de bank. Hazen slaagt dan weer een praatje met enkele vrouwen aan de toog waardoor ik nu helemaal alleen zit. Plots verschijnt er een bloedmooie vrouw voor mij. Ik neem alle tijd om ze rustig te bestuderen. Lange benen, gekruld bruin haar maar vooral een diepe decolleté. Wanneer ik probeer mijn zicht scherp te stellen verschiet ik mij een bult. Alicia_R, de vriendin van Alexander. Wat doet zij in hemelsnaam hier?

Ze zet haar felrode lippenstift op mijn ondertussen blozende kaak. “Geen Alexander?”, flap ik eruit. “Dat is ook de eerste keer dat je interesse in hem toont”, vertelt ze met een koele toon. “Eindelijk heb ik de eer om kennis te maken met de grote Lucas Baeyens.”

Drie uur lang praten we met elkaar. In geen tijden heb ik me zo bij een vrouw blootgelegd. Eindelijk eens iemand die snapt in wat voor positie ik ben terechtgekomen. Ze was niet alleen een smoorgriet, daarnaast ook enorm vriendelijk. Ik blijf gefascineerd door haar mysterieus kantje. Ze heeft iets ondeugend, iets stout. “Welke griet komt met zo een decolleté naar een nachtclub? Dan wil je toch iemand aan de haak slaan?”, dacht ik bij mezelf. Steeds meer krijg ik het gevoel dat ze iets van mij verlangt.

Ondertussen is Dries zijn nieuwste verovering al uitgebreid komen presenteren. Een beetje uitdagend om aan te tonen dat hij uitloopt in ons klassement. Alicia en ik besluiten dan maar om ons te verplaatsen. Voor het eerst weg uit mijn ‘Anderlechtlounge’. Nu zitten we gezellig samen aan de bar, steeds dichter naar elkaar toe. Tot ik haar lippen plots op de mijne voel.

In de achtergrond hoor ik mijn ploeggenoten juichen van plezier. Ik besluit het te negeren en lijk even te vergeten dat ik in een stampvolle discotheek zit. Haar hand plakt tegen mijn gezicht en zakt steeds verder naar beneden totdat ik Tristan luid hoor roepen “LUCAS VANG!”. Zonder na te denken steek ik mijn arm de lucht in en voel ik plots een scheut van pijn. Met een stevige knal vlogen er sleutels met het plakkaatje ‘magazijn’ in mijn hand. Alicia stond recht en trekt me mee naar de deur.

Als twee pubers zoeken we in een stevig tempo naar het magazijn. Daar maken we af wat we begonnen waren. Kleren vliegen uit, verspreid over de donkere vloer. Alicia springt op me, het leek een perfecte zaterdagavond te worden tot plots een blauwe lichtflits voorbijschoot. Fuck…

Hoofdstuk: Een dubbele kater

De eerste zonnestralen schijnen fel door het gordijn. Doodop en in de hoop om terug in slaap te vallen leg ik mijn kussen op het hoofd. Verstoppen voor een nieuwe dag lijkt al snel onmogelijk. Mijn gsm staat op roodgloeiend, iemand had me dringend nodig. Maar de fut in mijn lichaam ontbreekt, even had ik het gevoel om hier dagen te blijven liggen. Tot ik plots een hond hoor blaffen.

‘Een hond?’, dacht ik bij mezelf. Met een enorme snelheid veer ik weer recht en kijk ik verward rondom mij. Het is al snel duidelijk dat ik niet in mijn eigen huis ben. Plots schoten enkele flitsen van vannacht voorbij. Uit het diepste van mijn hart hoop ik dat ik het mis heb. Vanuit de verte hoor ik voetstappen naderen. Mijn hart ging wild tekeer, en met een klein hartje wacht ik bang af. Tot Alicia met een ontbijt aan de slaapkamerdeur staat, kleine slaapoogjes, haar haren ongekamd. “Goeiemorgen schat, goed geslapen?”

Een immense stilte, maar dankzij de drank van vannacht kon ik het ontbijt overslaan. Naast mij slurpt Alicia van haar verse koffie en lijkt ze duidelijk te genieten van mijn gezelschap, dat is niet wederzijds. Om het ijs te breken vraag ik haar voor een oplader. Ik steek klungelig mijn gsm in en besluit dan maar om mijn verhaal over gisterenavond te doen. Ooit al eens geprobeerd te liegen over iets waar je je nauwelijks iets van herinnert? Aarzelend en stotterend probeer ik een verhaal aan elkaar te breien. Om een lang verhaal kort te maken, het is het best dat we hier in alle talen over zwijgen.

Alicia probeert er nog iets aan toe te voegen, maar op dat moment schiet mijn IPhone weer aan. Op een boertige manier leg ik haar met een vinger het zwijgen op en pak ik mijn gsm. Tijdens het aanmelden zie ik talloze meldingen voorbijschieten, waaronder 13 gemiste oproepen van Alexander. Ik loop rood aan en kijk vragend, met tranen in de ogen uit onzekerheid Alicia aan. “Daar is het al veel te laat voor”, vervolledigt Alicia haar verhaal “We werden gisterenavond betrapt en staan nu met twee in de krant.”

Op dat moment voel ik me licht in het hoofd. Ik probeer recht te staan maar mijn poging wordt gedwarsboomd door mijn knikkende knieën. Zonder nog één woord uit te wisselen sluit ik de deur van haar appartement en daal ik langzaam de trap af. Een verdiep lager besluit ik me even neer te zetten om alle meldingen eens te bekijken. Op HLN zie ik inderdaad mezelf met mijn broek tot aan de enkels en enkele andere foto’s van onze wilde nacht uit, met daaronder heel wat haatreacties, deze keer ook van de eigen supporters. Snel klik ik het artikel weg en open ik de Whatsappgroep van mijn voetbalvrienden. Het laatste bericht is afkomstig van onze aanvoerder “We zijn betrapt, de trainer is furies. Ik denk dat we ons nu echt zorgen moeten maken.” Met mijn handen in het haar begin ik de ernst  van de zaak steeds meer te beseffen. Niet alleen mijn voetbalcarrière staat nu op een helling, ook mijn vriendschap met mijn beste vriend lijk ik te verliezen. Ik stak Alexander een mes in de rug.

Voor de zoveelste keer dit uur raapte ik mezelf recht. Ik druip verder af en tijdens mijn walk of shame kom ik een gezin tegen. Terwijl de vader met de sleutel staat te prutsen herkent de kleine jongen me meteen. “Papa, papa kijk, Lucas Baeyens!”. De vader probeert de vergissing van zijn zoon weg te lachen tot ook hij me herkent. Daarnet zo zelfverzekerd, maar nu voelt hij zich minder als mij, waarom? Oké ja, de nieuwe Lucas heeft zich zo maanden lang gedragen, maar kijk waar die ‘nieuwe Lucas’ mij gebracht heeft. Steeds meer begin ik mezelf te verafschuwen, tot ik recht in de ogen van het jongetje kijk. Dolblij, gewoon omdat ik voor hem sta. Een spontane ingeving in mezelf vraagt “Foto?”. Bij het horen van deze woorden springt het kind enthousiast in mijn armen en tovert hij een glimlach op mijn gezicht. Dit is het soort voetballer dat ik wil zijn. Niet de macho, wel het voorbeeldfunctie.

Dromerig open ik beneden de deur tot ik plots in de verte hoor “Gij klootzak!”, ik draai me om en zie dat Alexander in snel tempo op me afwandelt. Voor ik het goed en wel besef krijg ik een enorme klap in het gezicht.

Hoofdstuk: Het fluitconcert

Afgelopen maand was een ramp, de play-offs draaiden uit tot een groot fiasco waarin we op dramatische wijze maar 9 op 30 behaalden. We staan nu gelijk met Club Brugge. Ondanks dat we net met 2-1 hadden gewonnen van Charleroi, is het muisstil in de kleedkamer. Volgende week kunnen we met een overwinning op het veld van Club Brugge kampioen spelen. Maar daar waar enkele weken geleden een team zat, zitten nu elf individuen.

Het plekje naast mijn locker is leeg. Nummer 4 en beste vriend Dries van Meer is voor een maand teruggefloten naar de beloften. Een logisch gevolg van ons feestgedrag. Hazen, Glenn en ik kwamen er heel wat goedkoper vanaf. Al was dat vooral te wijten aan het feit dat wij meer bepalender zijn voor de ploeg. De ploeg had ons nodig, zonder ons kon Smout definitief een streep trekken door zijn landstitel. Al had ook ik graag bij de beloften gaan spelen. Het leven in eerste klasse was een echte hel geworden.

Onze avonturen waren zowel in Sports Late Night als in Extra Time uitgebreid besproken door critici. Jammer genoeg kwam dankzij ons ook de rest van de club in een slecht daglicht terecht. Anderlecht, maar vooral Smout was teleurgesteld in mij. “Ik had je nog zo gewaarschuwd, je bent jong en in vorm, je hebt de clubs voor het uitkiezen. Zo eindig je als spelers zoals Legear of Vanden Borre!” Als straf kreeg ik een boete van enkele duizenden euro’s en word ik nu driemaal per week op de club verwacht voor een afspraak met een mental coach. Toch hoor je me niet klagen want mijn carrière had er al op kunnen zitten, maar paars-wit gaf me nog een tweede kans. Daarnaast ben ik mijn ervaringen in het appartement met het kind nog steeds niet vergeten. Ik wil nog altijd een voorbeeldfunctie vormen! Al word ik momenteel door de meesten supporters uitgekotst.

Het maakt niet uit waar ik ben. Op Sclessin of in ons eigen Lotto Park, steeds wanneer ik aan de bal kom ontstaat er een striemend fluitconcert. Voor een 19-jarige is dit mentaal enorm zwaar. In de eerste wedstrijd van de play-offs stond ik dan ook met tranen op het veld, elke bal die door mijn voeten werden aangeraakt draaide uit tot een mislukking. Al in minuut 50 stak de vierde scheidsrechter zijn bordje met mijn nummer in het rood omhoog. Mensen stonden recht en maakten van de gelegenheid nog eens gebruik om te fluiten. Wandelend met mijn handen voor de ogen wandelde ik naar de kant. Hazen pakte me nog eens vast en sprak me bemoedigend toe “We slaan ons hierdoor!”. Eens ik bij de catacomben aankwam werd ik nog door de eigen supporters getrakteerd op een bierdouche. En deze horror ging enkele weken door.

Ondertussen is de storm al wat overgewaaid. Dat hebben we vooral te danken aan onze eigen dramatische wedstrijden en de middenvelder van Club Brugge die betrapt werd op rijden onder invloed. Na een lange droogte, maar toch twee doelpunten tegen Charleroi leek eindelijk alles weer in de juiste plooi te vallen. Ik kon terug zonder biergeur de douche in.

Fris gedoucht, wandelen Hazen en ik samen naar de auto, reflecterend over onze eigen individuele prestatie van daarstraks. Heel wat supporters staan ons op te wachten. Deze keer niet om ons nog eens goed naar ons vet te geven, wel om ons te bedanken voor alles. De supporters staan terug als één front achter ons. De rest van het team vervolledigt zich bij ons, pakken ons onder het toeziend oog van tientallen journalisten nog eens goed vast. Het wapen lijkt herstelt, klaar om volgende week nog een allerlaatste keer dit seizoen ravage aan te richten. Alles leek vergeten, maar nog niet vergeven. Daar had ik de titel voor nodig.

Hoofdstuk: Alles of niets

Onder een bedje van paarse rook vertrok onze spelersbus richting de stad Brugge voor het alles of niets duel. Het was duidelijk dat de supporters ons enkel met de beker in ons handen willen zien terugkeren. De busrit van twee uur is nodig om alles even te laten bezinken. Daar waar normaal luidruchtig wordt gelachen, gezongen of een kaartje wordt gelegd, zit nu iedereen vooruit starend met de koptelefoon op het hoofd. Onze opdracht is simpel, winnen en de 35ste landstitel voor Anderlecht is binnen. Enkel de zenuwen kunnen ons nog parten spelen.

Onder een luid boegeroep worden we door de supporters van Club welkom geheten. Een middel van intimidatie, maar na enkele weken uitgefloten te worden door het eigen publiek, raakt dit me zeker niet. In onze kleedkamer kan je een speld horen vallen. Muisstil trek ik mijn voetbalschoenen aan en wandel ik met de rest mee naar het veld om op te warmen. Het is bloedheet, en tijdens de opwarming voel ik al enkele zweetdruppeltjes naar beneden vallen. Supporters van de tegenhangers gooien enkele rake verwijten naar ons hoofd. Het mentale spelletje was nu ook echt begonnen. Onder een luid gejoel stormen de spelers van Club uit de spelerstunnel, strijdvaardig, en met het mes tussen de tanden.

In een kolkend stadion gaat de bal aan het rollen, een allerlaatste keer 90 minuten dit seizoen. Blauw-zwart stuurt meteen een bal diep. De zon schijnt fel in het aangezicht van onze centrale verdediger die de bal niet ziet komen en zich mispakt. Club Brugge spits Lembrechts gaat alleen op het doel af maar besluit staalhard op de paal. “Hier komen we al goed weg”, hoor ik Hazen opgelucht zuchten.

Ondertussen zijn we bijna een uur ver, maar nog steeds geen doelpunten. We liggen zwaar onder en speelden nog geen enkele deftige kans bijeen. Vanop rechts krijg ik toch eens de bal toegespeeld, met een korte draai rond de eigen as draai ik me vrij. “Baeyens hier!”, hoor ik Glenn luid roepen. Met een gemeten pass komt de bal perfect op het hoofd van Glenn terecht, 0-1! De ontlading tijdens het vieren van het doelpunt is groot. De titel ligt voor het grijpen!

De druk van Club neemt alleen maar toe nu, met zijn allen staan we in onze eigen baklijn te verdedigen. Gemotiveerd, en elke ingreep op het scherpst van de snee. Smout gaat aan de zijlijn wild tekeer en is zichtbaar zenuwachtig. De Nederlander Branden pakt voor Club uit met een splijtende dieptepass, Gouden Schoen Frateur twijfelt niet en brengt de bordjes weer op gelijke hoogte, plots lijkt de beker met nog drie speelminuten te gaan heel ver weg.

De rollen zijn plotseling omgedraaid, het is pompen of verzuipen nu. De tijd tikt genadeloos verder, een minuut lijkt maar enkele seconden te duren. We trekken nog een allerlaatste keer naar voor. Glenn perst er met zijn laatste krachten nog een lange bal uit, maar ik verlies nipt mijn kopduel en vlieg richting de grond. De bal komt bij onze aanvoerder terecht. Die kapt zich mooi vrij maar wordt door een venijnige sliding gestopt. Hazen roept het uit van de pijn terwijl alle paars-wit spelers vragend naar de scheidsrechter kijken, die plots met zijn arm richting de penaltystip. Onze laatste gouden kans.

Dankzij de hulp van onze kinesisten wordt Hazen van het veld gedragen, onze vaste strafschopnemer verdwijnt van het veld. “Komaan Baeyens, deze is voor u!”, roept de aanvaller me nog na. Scoren, en we zijn kampioen maar ik sta oog in oog met penaltyspecialist Nuyts. Ik leg de bal op de penaltystip neer, neem drie stappen achteruit en steek in afwachting op het fluitsignaal mijn handen in de zij. Nuyts kijkt me diep in de ogen aan en probeert zichtbaar in mijn hoofd te kruipen. Ik adem nog eens diep uit, loop met een krachtige aanloop naar de bal en plaats hem in de linkerhoek. Even lijk ik de grote held van de club te worden, tot Nuyts met een prachtige reflex de bal buitenduwt, gevolgd door zijn ploegmaats die hem bespringen van geluk. Met mijn knieën op de grond, de handen in het haar. Het allerlaatste fluitsignaal galmt door het stadion. Fuck…

De decibels schieten enorm de lucht in, een oorverdovend lawaai overstijgt alles en iedereen. Meer dan twintigduizend Clubsupporters roepen het uit van plezier. De traditionele gezangen worden ingezet, er wordt gebruld, gelachen en getierd. Sommige pinken zelfs een traan, al dan niet van geluk, weg. Enkele fanatiekelingen gaan een stap verder en klimmen met de nodige moeite over de donkergroene, angstaanjagende omheining en worden al snel door honderden andere gevolgd. Als kippen zonder hoofd rennen ze door elkaar en worden enkele frontale botsingen maar nipt vermeden. Een echt volksfeest gaat van start, liters bier vlogen daarnet nog de lucht in maar onder de bloedhete zon zullen er met diezelfde liters bier nog heel wat kelen worden gesmeerd.

Het contrast met de Anderlechtsupporters links bovenaan in de hoek is groot, immens zelf. Het is er muisstil. Op alle blikken valt teleurstelling af te lezen. Enkele woelwaters besluiten om, onder het gejoel van de tegenhangers, van alles naar beneden te smijten. Enkele aanstekers, vlaggen en bekers vliegen naar beneden maar ook de stoeltjes moeten eraan geloven. Je zou voor minder, wat een beschamende vertoning was dat. Ik besluit om geniepig en geruisloos naar de ingang te sluipen. Tijdens mijn walk of shame, waar ik ook enkele vijandige opmerkingen naar het hoofd krijg geslingerd, zie ik Smout met de handen in zijn haren. Lijkbleek, afgepeigerd, een gebroken man. 

Eens binnen besef ik het pas echt. Aan mijn wandeling lijkt maar geen einde te komen, het lijk wel uren te duren. Steeds harder hoor ik mijn eigen schoenen tegen de harde betonnen grond kletteren. Met elke stap een nieuwe steek in het hart.

Ik sluit me aan bij de rest van de spelersgroep. Een immense stilte. Hazen gooit uit frustratie zijn voetbalschoen staalhard richting de deur en het scheelde geen haar of Dries verloor een oog. Onze voorbereidingen op de festiviteiten werden snel weer opgeborgen. Confetti werd de vuilbak in gekieperd, champagneflessen achter de hoek weer weggemoffeld. Nog steeds had niemand het lef om een woord met elkaar uit te wisselen. Maar aan de gezichten viel te lezen dat sommige goesting hadden om met een schuldige vinger naar een ander te wijzen, ook naar mij.

Enkele uren later staarde ik vreugdeloos vooruit op de oprit van ons huis, nadenkend over vanmiddag. Hoe is het zover kunnen komen? Ook ik voel nu de tranen zitten. Honderden mensen rekenden vandaag op mij. Uit schaamte durf ik niet naar binnen om met mijn familie mee te dineren. Straks misschien, maar nu zeker niet.

Ik leg me er letterlijk en figuurlijk bij neer. Plots verschijnt er in onze straat een auto aan een hoge snelheid. Ik kan niet zien wie, de grote felle koplampen schijnen in mijn aangezicht en het is wachten tot de sportieve wagen zich aan de kant parkeert. Een lang figuur stapt klungelig de auto uit. Op het randje van lachwekkend stapt de spierblonde kerel op me af. Dat kan maar één iemand zijn. Zonder ook maar één woord uit te wisselen komt Alexander naast me op de trap zitten. Voor het eerst vandaag verschijnt er weer een glimlach op mijn gezicht. Toch rolt er na alles nog altijd geen woord over mijn lippen.