Als kind liet Yanni 150 keer de netten trillen voor Excelsior Kaart en doorliep hij later de jeugdreeksen van enkele Belgische topploegen. Terwijl zijn ploegmaats doorbreken in het betaald voetbal ligt hij zelf weer in de lappenmand en kwam er een einde aan zijn eerste klasse droom.

“Op mijn 7 jaar verliet ik Excelsior Kaart na een aanbieding van Beerschot. Alles op het Kiel was professioneler qua organisatie en spelniveau. Op jonge leeftijd trainden we maar liefst 3 keer in de week. Soms met een enorme tegenzin maar het harde werk werd al snel beloond met 3 titels in maar liefst 4 jaar. Het professionele voetbal lag me en na enkele aanbiedingen van de Belgische top voelde ik dat mijn lat nog hoger kon.

Na het telefoontje van Anderlecht kon ik deze aanbieding echt niet weigeren. De grootste ploeg van het land waar ik jarenlang een abonnement op had wou me, mijn wereld stond plots stil. Het jeugdcentrum van Anderlecht is het Mekka voor de voetballers. Met een eigen badge had ik toegang tot 5 velden, een fitness en een sauna. In de gangen kwam je bekende spelers zoals Dennis Praet en Olivier Deschacht tegen. Een echte droom waar ik soms niet wist waar eerst te kijken.

Schoolwerk in de spelersbus

We trainden 2 maal per dag en vrijwel meteen knokte ik me in de basis. Tegelijkertijd maakte ik ook de overstap naar de middelbare school. Mama vond me nog te jong voor een internaat en daarom pikte ‘het buske’ me elke dag thuis op. Ik vertrok voor 7 uur s ‘ochtends met spelers zoals Verschaeren en Roef naar school en kwam pas laat weer thuis.

School was belangrijk voor Anderlecht. Trainers maakten wel onderlinge afspraken met leerkrachten zodat we tijdens de lessen konden gaan trainen. Hierdoor misten we vakken zoals Geschiedenis en moest ik die na de schooluren inhalen. Op de club kregen we voor de avondtrainingen genoeg tijd om te eten en onze leerstof te herhalen. Met verre verplaatsingen van soms wel 3 uur konden we ons schoolwerk op de spelersbus bolwerken. Het was meer dan gewoon voetbal want met slechte punten kwam je een tijd niet meer in actie. En terecht want wat als je uiteindelijk niet doorbreekt maar ook geen diploma op zak hebt?

Deze lange dagen en zware trainingen kropen na een tijd in mijn kleren. En daar liep het mis want de enorme vermoeidheid leidde tot een zware knieblessure waardoor ik 8 maanden aan de kant stond. Het herstel verliep moeizaam en ik sukkelde 2 jaar lang van de ene naar de andere blessure. Rot, want ik wou gewoon voetballen. Zonder echt een nieuwe kans te krijgen vernamen we thuis via mail dat ik dankzij ‘enorm blessureleed’ de club moest verlaten. Ik was er kapot van want na jaren alles te geven voor paars-wit kreeg ik op deze laffe manier te horen dat ik er niet meer welkom was.

Eenzaat

Na zware onderhandelingen kon ik toch nog aanpikken bij de overvolle kern van KV Mechelen. Uit op revanche, maar redelijk snel weer met de voetjes op de grond. De luxe van mijn paarse badge verdween bij het zien van enkele rotvelden en een container die diende als fitness. Toch deed het stapje terug deugd want ik hoorde meteen weer bij de betere en kon eindelijk weer voetballen. Al kon ik niet lang genieten.

Want op schoolvlak was het knokken. Omdat het sportinternaat van Mechelen vol zat moest ik verplicht naar Mater Dei Brasschaat. Hier beoefende niemand een sport uit op hoog niveau en liet de directrice me weten dat ik mijn plan moest trekken. De combinatie school en topsport was ongelooflijk zwaar, maar ik kraakte pas bij het oplopen van een nieuwe blessure. Please niet weer… . Weeral belandde ik dagelijks bij de kinesist en was het tijd om te vertrekken, een einde aan mijn eerste klasse droom.

Op lager niveau hoopte ik de draad bij Cappellen eindelijk weer op te pikken, maar het is me echt niet gegund. In de voorbereiding scheurde ik mijn kruisbanden, laterale en mediale band. 10 maanden out en mijn been volledig ingepakt in een brace. Wandelen voelt raar aan en mijn rechterkuit verloor al 5 kilogram aan spieren. Moedeloos word ik er van. Ik ben er zeker van dat ik het had kunnen maken, maar mijn lichaam heeft er anders over beslist.”